Home / Over Begijnhof / Geschiedenis
Print deze pagina

Een begijnhof met een rijk verleden...

Het begijnhof is sinds 1288 gevestigd op de huidige locatie en kan terugblikken op een rijke, soms bewogen, maar vooral glorierijke geschiedenis.

Het prille begin

De eerste begijnhofgemeenschap van Dendermonde werd opgericht in het eerste kwart van de 13de eeuw in de buurt van het nabijgelegen Sint-Gillishospitaal, maar een precieze stichtingsdatum is niet gekend. In 1288 verhuisden de begijnen naar de huidige locatie. De plek was aan de vier kanten afgesloten door waterlopen of de stadswallen en ideaal voor de uitbouw van een begijnhof. In de daaropvolgende eeuwen groeide het begijnhof uit tot een bloeiende gemeenschap van vrome vrouwen. Ook op economisch en materieel vlak kende het Dendermondse begijnhof een gunstige ontwikkeling, met onroerende eigendommen in de stad en ver daarbuiten. Op sociaal vlak werden diverse conventen gesticht die het ook armere meisjes mogelijk maakten toe te treden tot de begijnhofgemeenschap.

De eerste tegenspoed en een nieuwe start

In 1578 maakte de beeldenstorm in Dendermonde daar een abrupt einde aan. De begijnhofkerk ging in vlammen op, een lot dat later ook het hele begijnhof zou beschoren zijn.  In Dendermonde werd een Calvinistisch regime ingesteld. Alle begijnen waren toen gevlucht. In augustus 1584 heroverde Alexander Farnese, hertog van Parma, Dendermonde.  Het calvinistisch regime werd afgeschaft en de katholieke godsdienst in eer hersteld. Farnese nodigde alle religieuzen uit om naar hun vroegere verblijfplaats terug te keren, maar een goede tien jaar later telde het begijnhof amper 25 begijnen. Van zodra de omstandigheden en de mogelijkheden het toelieten, werd wel de begijnenkerk heropgebouwd.

Toen in 1606 de aartshertogen Albrecht en Isabella de voorrechten van het begijnhof opnieuw bekrachtigden, werd de basis gelegd voor een nieuwe bloeiperiode, die tot uiting  kwam in nieuwe schenkingen en renten en de bouw van nieuwe panden. Het merendeel van de huizen van het begijnhof dateert dan ook uit deze periode. In de tweede helft van de 17de eeuw en het begin van de 18de eeuw zorgden aanhoudende militaire troepenbewegingen en enkele belegeringen van Dendermonde er voor dat het begijnhof een grote toevloed van nieuwe begijnen kreeg, op zoek naar veiligheid. Naar het einde van de 17de eeuw telde het begijnhof 230 begijntjes.

Het begin van het verval

Met de komst van de Fransen brak voor het begijnhof de meest rampzalige periode aan. Nadat verscheidene Dendermondse kloosters in 1797 hun deuren dienden te sluiten, kwamen opnieuw een aantal gewezen kloosterzusters zich op het begijnhof vestigen. Doch ook het begijnhof zou niet ontsnappen aan de nefaste gevolgen van de Franse seculariseringsdrang. De begijnhofkerk werd gesloten en verzegeld en alle begijnen moesten hun geestelijk kleed afleggen en voortaan als gewone ‘citoyennes’ gekleed gaan. Toen eind 1797 ook alle geestelijke en wereldlijke instellingen werden afgeschaft die zich bezighielden met het geven van onderwijs en het verlenen van bijstand aan zieke en behoeftige personen, scheen het einde van het begijnhof nabij.  Geruzie tussen het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen en de Administratie van de Nationale Domeinen, die allebei aanspraak maakten op het begijnhof, en het bijzonder doortastend optreden van de toenmalige grootjuffrouw behoedden het begijnhof evenwel voor het ergste.

In 1800 kwam het begijnhof definitief onder het bestuur van de Burgerlijke Godshuizen. De begijnen die het begijnhof hadden verlaten, konden slechts in 1800 terugkeren, de kerk werd terug opengesteld in 1801.

Het begijnhof bleef onder het beheer van de Burgerlijke Godshuizen tot in 1865. Toen werd het aan de Gentse baron Frederik Van der Brugghen - de Naeyer verkocht, waardoor het voortbestaan van het begijnhof niet langer werd bedreigd. De baron verhuurde het nog diezelfde dag voor een langere tijd en tegen een zacht prijsje terug aan de begijnen.

De begijnengemeenschap kende na de Franse revolutie evenwel nooit meer de bloei van weleer. Het onderhoud van het begijnhof werd een te grote last voor de nog overblijvende begijnen, waardoor sommige woningen zelfs noodgedwongen aan leken moesten verhuurd worden. Op dat ogenblik zette het verval van het eeuwenoude pand in.

De rampzalige 20ste eeuw

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verlieten bijna alle begijnen en leken het begijnhof. Tijdens de daarop volgende brandstichtingen door Duitse soldaten gingen de toegangspoort en de aanpalende huizen in vlammen op. Ook het noviciaat (gewezen Fundatie Verpletsen) en de kerk met de aanpalende kapellen brandden uit. Bij een tweede beschieting werden heel wat huizen beschadigd.

Na de oorlog wensten de erfgenamen Van der Brugghen het pand af te stoten. Bekommerd om het voortbestaan van de hof wensten zij enkel een deel ervan te verkopen en de rest te schenken aan een op te richten VZW.  Daartoe werd in 1926 de VZW Begijnhof van Dendermonde opgericht. 42 huizen, de pastorij en de in puin liggende kerk werden overgedragen aan deze VZW. De rest werd verkocht: 2 huizen in de Brusselsestraat aan weerszijden van de toegangspoort, een woonhuis met afhangen en boomgaard in de Molenstraat, het huis van de gewezen Fundatie Verpletsen en 19 begijnenwoningen aan de westkant van het begijnhof, palend aan de huidige Begijnhoflaan. Om de beslotenheid van het begijnhof te bewaren werden deze 19 woningen door een muur van de rest van het begijnhof afgescheiden. Tevens werd een nieuwe begijnhofkerk opgetrokken en in 1929 ingezegend.

Met het overlijden van Ernestine De Bruyne in 1975 verdween ook het laatste Dendermondse begijntje.

De heropbouw is in zicht

In 1971 werd het begijnhof door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen geklasseerd. Om de herinnering aan het rijke begijnenleven in Dendermonde levendig te houden werd in 1980 het begijnhofmuseum opgericht.  In datzelfde jaar ontstonden ook de Begijnhoffeesten, die meer dan 25 jaar lang de belangrijkste 'fundraiser' voor restauratiewerkzaamheden zouden zijn. Sinds 1998 behoort het Dendermondse begijnhof ook tot het Unesco-Werelderfgoed. Begin 21ste eeuw werd dan de tijd rijp geacht voor een omvangrijke restauratie die het St.-Alexiusbegijnhof weer moet doen schitteren als een van de mooiste parels aan de toeristische kroon in Dendermonde.